Brieven aan het Amsterdams gemeentelijk huisvestingsbureau
Hieronder ziet u een aantal zinnen die allemaal afkomstig zijn uit brieven die door de jaren heen zouden gestuurd zijn
naar het Amsterdams gemeentelijk huisvestingsbureau (door ontevreden bewoners):
Aan de ene kant ben ik in verwachting en aan de andere kant regent het in.
De WC is lekt, aangezien wij er met z'n dertienen wonen.
De drollen drijven door de gang, daar moet in gegrepen worden.
De hond blaft de hele avond door en met de kat is hetzelfde het geval.
Die woning is veel te klein want ik krijg er ieder jaar een kind bij, meneer de burgemeester, daar moet u toch wat aan doen.
Even leg ik mij neer om u enkele letters toe te dienen.
Het vijfde kind is op komst en staat voor de deur.
Het vocht dringt door de muur van de slaapkamer van mijn schoonmoeder, die helemaal beschimmeld en verrot is.
Ik ben een eenzame staande vrouw alleen, daarom heb ik me laten krabben voor vast recht.
Ik ben heus niet iemand die zijn gas zomaar laat vliegen.
Ik ben vrij van politiek en geloof.
Ik ben zomers uitgeleverd aan een ijswagen en 's winters aan de steun.
Ik eis dat ik net zo opgeschilderd word als mijn buurman.
Ik heb een lekkaasje op zolder en dat is naar beneden gekomen.
Ik heb zo'n last van mieren in mijn fondament.
Ik moet elke dag bevallen, en zodoende wordt mijn woning te klein.
Ik vraag u niet om een woning, want die heb ik, daarom vraag ik u om een andere woning.
Ik wil mijn gat gedicht hebben, ik heb er last van.
Ik zit uit nood in een onverklaarbare woning.
Ik zou graag een aanval op uw goedheid doen.
Mag ik ruilen met mijn overbuurman daar die man weduwe is en geen kinderen heeft.
Met eerbiedig beschuldigen richt ik mij tot uw hoogheid.
Mijn 15-jarige zoon slaapt noodgedwongen bij mijn 13-jarige tweelingzusje in de kamer.
Mijn buurman stinkt naar gas, ik denk dat hij een lek heeft.
Mijn man loopt met brongieters en mijn borsten piepen ook.
Mijn vochtontwikkeling in de huiskamer is niet om te harden.
Mijn water loopt steeds over.
Reeds ruim zes jaar ben ik getrouwd met een kind van 2 jaar.
Stelt u zich eens voor burgemeester, u en uw gezin, scheitend op een emmertje.
U kunt voelen dat mijn geval niet in orde is, doet u het eens.
Vroeger deed ik een hoop op de kachel, nu moet ik het op gas doen.
Weleerwaarde heer burgemeester, hiermee kom ik u een aanzoek doen en wel voor een andere woning.
Wilt u het zaakje van mijn buurman eens goed onderzoeken, want er zit een luchtje aan.
Wilt u naar mijn bovenkamer laten kijken, die zit vol beesten.